Beschermd dorpsgezicht Leenhof

Mijnwerkerskolonie Leenhof is gebouwd in opdracht van de particuliere Oranje-Nassaumijnen. De mijnwerkersbuurt is gefaseerd gebouwd tussen 1905 en 1918. De eerste vier bouwfasen kennen een rechtlijnig stratenpatroon. De woningen zijn geschakelde in blokken met weinig variatie. Heel anders is de Woningroep Schaesberg, die tussen 1914 en 1918 ten zuiden van de spoorlijn verrijst. Hier worden twee-onder-een-kapwoningen van verschillende types door elkaar gebouwd. Het stratenpatroon is speels en volgt gedeeltelijk de vorm van een karrenwiel. De bijzondere architectuur, ook wel Lotharingse stijl genoemd, kenmerkt zich door veel siermetselwerk, afgewisseld met gepleisterde vlakken. Veel daken dragen rode pannen, afgewisseld met blauwe pannen in allerlei ruitpatronen. In haar hoogtijdagen was Leenhof een levendige mijnwerkersbuurt met een bloeiend verenigingsleven en een eigen voetbalvereniging, school en rectoraatskerk.

3 beoordelingen

IJsbloemen

In het prille begin zijn de straten van Leenhof onverhard. Stoffig in de zomer en modderig in de regentijd. De woningen hebben geen aansluiting op een waterleiding of elektriciteitsnet. Drinkwater moet bij een aantal tappunten in de wijk worden gehaald. De verwarming bestaat uit een kolenkachels in de zitkamer en de keuken. Via openstaande deuren laat men de warmte opstijgen naar de bovenverdieping. Desondanks is het heel normaal dat daar ’s winters dikke ijsbloemen op de ramen staan. De mijnwerkers hebben grote gezinnen, waardoor de kinderen de slaapkamers moeten delen. Niet zelden slapen de ouders in de zitkamer. In de praktijk dient de keuken vaak als woonkamer. En als badkamer, waar de gezinsleden in een grote teil worden gewassen. Echte badkamers krijgen de woningen pas in de jaren ’50. In Woninggroep Schaesberg worden ze gerealiseerd in de bakstenen aanbouwtjes. Daarin komt ook een inpandig toilet. Tot die tijd doet men de behoefte in een privaat in de tuin. Ondanks alles zijn de woningen in het licht van hun tijd zeer gerieflijk. Zeker voor de arbeidersklasse, die ook in de vroege 20e eeuw vaak nog dicht opeengepakt in ongezonde sloppenwijken woont. Daarmee vergeleken oogt Leenhof als een groen park met minivilla’s. De mijnwerkers hebben zelfs eigen tuintjes waar plek is voor een moestuin en wat kleinvee.

Bronnen

Kobben, J. (2015). Leven in een woning van de Oranje-Nassaumijnen. In J. Born (Red.), Landgraaf en haar mijnen (pp.140-153). Landgraaf: Heemkundevereniging OCGL.

Timmer, P.J. & Volkers, K. (2004). Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Leenhof-Schaesberg, gemeente Heerlen en gemeente Landgraaf (Limburg), ex artikel 35 Monumentenwet 1988. Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

Deel deze locatie

Tip je vrienden die deze plek gezien moeten hebben! #ontdeklandgraaf